ECLI:NL:HR:2003:AF8257

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/288HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling aan Bedrijfswagen Lease Nederland B.V.

In deze civiele zaak vorderde Bedrijfswagen Lease Nederland B.V. (BLN) betaling van ƒ 80.000 van eiser, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank Breda veroordeelde eiser tot betaling van dit bedrag en de proceskosten, waarna eiser hoger beroep instelde bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen. De klachten die eiser aanvoerde, konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van de lagere rechters en veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding.

De zaak betreft een financiële vordering waarbij de rechtbank en het hof de vordering van BLN toewijzen en de Hoge Raad deze uitspraken bekrachtigt. De Hoge Raad achtte de aangevoerde middelen onvoldoende om het oordeel van de lagere instanties te vernietigen, waarmee de veroordeling tot betaling definitief is geworden.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot betaling van ƒ 80.000 met rente en kosten.

Uitspraak

5 september 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/288HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
BEDRIJFSWAGEN LEASE NEDERLAND B.V., gevestigd te Vianen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. T.H. Tanja-van den Broek.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: BLN - heeft bij exploit van 16 juli 1997 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, volledig uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan BLN te betalen een bedrag van ƒ 80.000,--, alsmede een bedrag van ƒ 5.000,-- ter vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van juridische bijstand, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
BLN heeft de vorderingen gemotiveerd bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 7 juli 1998 [eiser] tot bewijslevering toegelaten.
Bij eindvonnis van 13 oktober 1998 heeft de Rechtbank:
- [eiser] veroordeeld tot betaling aan BLN van een bedrag van ƒ 80.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 1997 tot aan de dag der algehele voldoening;
- [eiser] veroordeeld in de kosten van het geding, waaronder begrepen de kosten met betrekking tot het gelegd beslag, deze voor zover gerezen aan de zijde van BLN tot de datum van dit vonnis begroot op ƒ 6.049,92;
- dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld tot een bedrag van ƒ 110.500,--, en
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 5 juni 2001 heeft het Hof beide vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
BLN heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BLN begroot op € 1.015,20 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 september 2003.