ECLI:NL:HR:2003:AF8266
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vernietiging arbitrale vonnis en verwerpt cassatie
Eiser heeft bij de rechtbank gevorderd het arbitrale vonnis van 13 februari 1998 te vernietigen en de tenuitvoerlegging daarvan te schorsen. Verweerder heeft deze vordering bestreden en in reconventie een geldvordering ingesteld. De rechtbank wees de vordering van eiser af. Eiser stelde hoger beroep in, maar het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Verweerder was niet verschenen en verstek werd verleend. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwees naar artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het cassatieberoep af. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, terwijl aan de zijde van verweerder geen kosten werden toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.