ECLI:NL:HR:2003:AF8266

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/056HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RvWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vernietiging arbitrale vonnis en verwerpt cassatie

Eiser heeft bij de rechtbank gevorderd het arbitrale vonnis van 13 februari 1998 te vernietigen en de tenuitvoerlegging daarvan te schorsen. Verweerder heeft deze vordering bestreden en in reconventie een geldvordering ingesteld. De rechtbank wees de vordering van eiser af. Eiser stelde hoger beroep in, maar het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.

Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Verweerder was niet verschenen en verstek werd verleend. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwees naar artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het cassatieberoep af. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, terwijl aan de zijde van verweerder geen kosten werden toegekend.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

19 september 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/056HR
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 10 maart 1998 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Groningen en gevorderd het op 13 februari 1998 tussen partijen gewezen arbitrale vonnis te vernietigen en de tenuitvoerlegging te schorsen totdat over de vordering tot vernietiging onherroepelijk zal zijn beslist.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden en voorwaardelijk in reconventie gevorderd:
primair: [eiser] te veroordelen aan [verweerder] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van ƒ 36.013,55, te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 23 november 1996, alsmede te vermeerderen met een bedrag van ƒ 10.521,50 inzake de proceskostenveroordeling in de arbitrale procedure, en
subsidiair: [eiser] te veroordelen aan [verweerder] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van ƒ 33.254,65, te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 23 november 1996, alsmede te vermeerderen met een bedrag van ƒ 10.521,50 inzake de proceskostenveroordeling in de arbitrale procedure.
Bij conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie heeft [eiser] de voorwaardelijk in reconventie ingestelde vordering bestreden en in conventie zijn eis gewijzigd en aangevuld met een subsidiaire vordering tot veroordeling van [verweerder] tot betaling van een bedrag van ƒ 20.634,64 wegens schadevergoeding, te vermeerderen met de kosten van herstel van de fout bij het ontwerp van het appartement [A-straat] te [plaats], of zoveel minder als de rechtbank in goede justitie zal bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 20 februari 1997, alsmede [verweerder] te veroordelen in de kosten met betrekking tot de eis in reconventie.
De rechtbank heeft bij vonnis van 12 november 1999 in conventie de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 21 november 2001 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij een ter griffie ingekomen brief van 15 mei 2003 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 19 september 2003.