ECLI:NL:HR:2003:AF8576

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/079HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • J.B. Fleers
  • O. de Savornin Lohman
  • P.C. Kop
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens ontruiming door gemeente Venray

Eiser heeft de Gemeente Venray gedagvaard en gevorderd tot betaling van een schadevergoeding van meer dan ƒ 200.000 wegens ontruiming. De rechtbank kende eiser een deel van dit bedrag toe, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en wees de vordering volledig af. Eiser stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad behandelt onder meer het oordeel van het hof dat tussen partijen een nieuwe, gewijzigde huurovereenkomst tot stand is gekomen, waarbij de inhoud van de eerdere overeenkomst met de rechtsvoorganger van de gemeente niet bepalend is. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel niet onjuist is en dat het beroep faalt.

Verder wijst de Hoge Raad de overige klachten van eiser af zonder nadere motivering, omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie en verklaart het arrest van het hof definitief.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

26 september 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/079HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE GEMEENTE VENRAY,
gevestigd te Venray,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 21 juni 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te Roermond en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeente te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 201.216,19, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juni 1999 althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 20 juli 2000 de Gemeente veroordeeld aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 79.250,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 januari 1999 tot aan de dag der algehele voldoening. Voorts heeft de rechtbank de Gemeente veroordeeld aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 5.560,-- aan buitengerechtelijke incassokosten, dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
[Eiser] heeft zijnerzijds incidenteel hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis voor zover daarbij de vordering is toegewezen tot een bedrag van ƒ 79.250,-- en voor zover de rechtbank daarbij de vordering met betrekking tot de pachtersbelangen heeft afgewezen, en gevorderd - opnieuw rechtdoende - de Gemeente te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 248.854,73, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juni 1999 althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de Gemeente in de kosten van beide instanties.
Bij arrest van 4 december 2001 heeft het hof in het principaal en incidenteel appel het vonnis waarvan beroep vernietigd en opnieuw rechtdoende de vordering van [eiser] alsnog afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de advocaat-generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
In het onderhavige geding heeft [eiser] gevorderd de Gemeente te veroordelen tot betaling van schadevergoeding op de grond dat de Gemeente hem tot ontruiming heeft gedwongen. De rechtbank heeft deze vordering gedeeltelijk toegewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering alsnog geheel afgewezen.
3.2 De Hoge Raad zal eerst onderdeel 2.4 behandelen. Dit onderdeel richt zich tegen rov. 4.7 van het arrest van het hof, waarin het hof heeft geoordeeld dat onder de in rov. 4.6.2 van zijn arrest vermelde omstandigheden tussen de Gemeente en [eiser] een nieuwe, gewijzigde overeenkomst van huur van de grond en opstal is tot stand gekomen. Voor de inhoud van deze overeenkomst is, aldus het hof, de inhoud van de daaraan voorafgaande overeenkomst tussen [eiser] en de rechtsvoorganger van de Gemeente ([betrokkene 1]) niet bepalend. Voor zover het onderdeel de klacht zou behelzen dat het hof uit het oog heeft verloren dat de overeenkomst tussen [eiser] en de Gemeente mede omvat de ongewijzigd gebleven onderdelen van de overeenkomst tussen [eiser] en [betrokkene 1], kan het bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Met de nieuwe overeenkomst heeft het hof gedoeld op de overeenkomst, zoals deze na de wijziging is komen te luiden, derhalve met inbegrip van de onderdelen die ongewijzigd zijn overgenomen. Aldus verstaan geeft het oordeel van het hof niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Ook voor het overige faalt het onderdeel. Niet valt in te zien - en het onderdeel licht ook niet toe - waarom de omstandigheid dat de overeenkomst tussen partijen ten dele gelijkluidend is aan de overeenkomst tussen [eiser] en [betrokkene 1], zou moeten meebrengen dat de rechtbank en het hof zich hadden moeten afvragen of de vordering "betrekkelijk tot huur" was en, zo ja, waarom dit ertoe zou moeten leiden dat de rechtbank en het hof zich (ambtshalve) onbevoegd hadden moeten verklaren.
3.3 De overige in de middelen aangevoerde klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 3.006,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 26 september 2003.