ECLI:NL:HR:2003:AF9416
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verjaringstermijn van vijf jaar bij aansprakelijkheid voor fiscale adviesfout
In deze zaak stond centraal op welk tijdstip de vijfjarige verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW Pro aanvangt bij een vordering tot schadevergoeding wegens een fiscale adviesfout. Eiser had jarenlang de boekhouding en advisering verzorgd voor verweerders, waarbij een geruisloze inbreng van een eenmanszaak in een BV niet was geaccepteerd door de Belastingdienst vanwege het ontbreken van een verzoek om toepassing van artikel 18 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964.
De Belastingdienst had op 31 december 1991 een aanslag opgelegd die door verweerder was bestreden, maar uiteindelijk op 7 augustus 1992 definitief werd afgewezen. Pas daarna was duidelijk dat de schade definitief was en dat eiser aansprakelijk kon worden gesteld. Verweerder stelde eiser aansprakelijk in augustus 1996, waarna eiser zich op verjaring beriep.
De rechtbank had het beroep op verjaring gehonoreerd omdat zij meende dat de verjaringstermijn vanaf juli 1991 was gaan lopen. Het hof oordeelde echter dat de verjaring pas begon na de definitieve afwijzing van het bezwaar in augustus 1992, omdat tot die tijd redelijkerwijs mocht worden vertrouwd op een succesvol bezwaar. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de verjaringstermijn pas kan aanvangen vanaf het moment dat de aanslag is opgelegd en de schade daadwerkelijk is ontstaan.
Uitkomst: Het beroep op verjaring wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding is niet verjaard.