ECLI:NL:HR:2003:AF9452
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering zekerheidstelling door Fortis Bank inzake invoerrechten
Europa West-Indië Lijnen B.V. (EWL) vorderde in kort geding dat Fortis Bank zekerheid zou verschaffen voor de betaling van invoerrechten betreffende suikerzendingen. De president van de rechtbank Rotterdam wees de vordering af, wat door het hof te 's-Gravenhage werd bekrachtigd. EWL stelde dat Fortis Bank als opdrachtgever moest worden beschouwd en aansprakelijk was voor de invoerrechten.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld dat Fortis Bank niet op voorhand als opdrachtgever kan worden aangemerkt. Het hof baseerde dit op een waardering van feitelijke aard, waarbij het niet aannemelijk werd geacht dat sprake was van omzetting van een stil pandrecht in een vuistpandrecht of dat Fortis haar pandhoudersrecht uitoefende. De stellingen van EWL over ongerechtvaardigde verrijking konden in cassatie niet worden behandeld omdat deze niet in de feitelijke instanties waren voorgedragen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van EWL en bevestigt daarmee het vonnis van de lagere rechter dat Fortis Bank niet gehouden is zekerheid te verschaffen. EWL wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat Fortis Bank niet gehouden is zekerheid te verschaffen voor invoerrechten.