ECLI:NL:HR:2003:AF9704
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belastingheffing bij verkoop aandelen fiscale beleggingsinstelling
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 393.246, waarvan een groot deel belast werd volgens het tarief voor inkomsten uit vermogen. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en belastte het voordeel uit de verkoop van aandelen in de BV als inkomsten uit vermogen, met toepassing van het leerstuk wetsontduiking.
De BV was sinds 1989 een fiscale beleggingsinstelling geworden, waarbij de activa waren geherwaardeerd en vennootschapsbelasting was betaald over stille reserves. De aandelen werden in 1996 verkocht aan een bankinstelling. Het geschil betrof de vraag of het voordeel uit deze verkoop moest worden belast als winst uit aanmerkelijk belang of als inkomsten uit vermogen.
De Hoge Raad oordeelt dat het voordeel belast moet worden als winst uit aanmerkelijk belang. De status van fiscale beleggingsinstelling en de doorstootverplichting leiden er niet toe dat het voordeel als inkomsten uit vermogen moet worden belast. Het hof had ten onrechte het leerstuk wetsontduiking toegepast. De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 360.246, waarvan een bedrag belast wordt tegen het tarief van artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd en het voordeel uit de verkoop van aandelen wordt belast als winst uit aanmerkelijk belang.