ECLI:NL:HR:2003:AH3766
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat kampeerauto niet als autobus wordt aangemerkt voor belasting
Belanghebbende, X B.V., had op 26 april 1996 een bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen betaald en hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar werd door de Inspecteur afgewezen. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de afwijzing bevestigde. Belanghebbende stelde daarna beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof de kwalificatie van het voertuig als autobus in de zin van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992. Het Hof had geoordeeld dat het voertuig een kampeerauto was, ingericht voor vervoer en verblijf van personen met vaste kook- en slaapgelegenheid, en dat het daarom niet als autobus kon worden aangemerkt. Dit oordeel werd in cassatie niet bestreden en is feitelijk van aard.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip autobus in de wet verwijst naar een motorrijtuig ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen exclusief de bestuurder. Kampeerauto's, ook met meer dan acht zitplaatsen, worden in de regel niet als autobus beschouwd vanwege hun meervoudige functie. De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof begrijpelijk en voldoende gemotiveerd en verwierp het cassatiemiddel.
De Hoge Raad wees ook proceskostenveroordeling af en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van X B.V. is ongegrond verklaard en het voertuig wordt niet als autobus aangemerkt voor de belasting.