ECLI:NL:PHR:2013:CA1529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Teruggaaf bpm voor bestelbus ingericht voor vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband
Belanghebbende heeft een bestelbus aangeschaft die kan worden aangepast voor het vervoer van maximaal vier rolstoelgebruikers en begeleiders. De bestelbus beschikt over acht gewone stoelen die kunnen worden opgeklapt om ruimte te maken voor rolstoelgebruikers. Belanghebbende verzocht om teruggaaf van bpm, welke door de Inspecteur werd afgewezen. Zowel de Rechtbank Haarlem als het Hof Amsterdam oordeelden dat geen recht op teruggaaf bestond, omdat vervoer van rolstoelgebruikers uitsluitend in hun rolstoel zou moeten plaatsvinden en de bestelbus niet uitsluitend was ingericht voor rolstoelgebruikers.
De Advocaat-Generaal betoogt dat een rolstoelgebruiker ook recht geeft op teruggaaf als deze met medeneming van de rolstoel op een gewone autostoel wordt vervoerd. De inrichting van de bestelbus moet worden beoordeeld op basis van de aanwendingsmogelijkheid, niet het feitelijke gebruik. De bestelbus is volgens hem wel degelijk ingericht voor het vervoer van rolstoelgebruikers, ondanks de mogelijkheid om acht gewone zitplaatsen te gebruiken.
De AG concludeert dat het beroep in cassatie gegrond moet worden verklaard en dat de Hoge Raad de zaak zelf kan afdoen door de teruggaaf van bpm toe te kennen. De klachten over de motivering van de uitspraak op bezwaar en de relatieve competentie van het Hof Arnhem worden verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de Hoge Raad kan de teruggaaf van bpm zelf toekennen.