ECLI:NL:HR:2003:AH8793
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting na staking onderneming
Belanghebbende kreeg voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting van nihil opgelegd, waarna een navorderingsaanslag werd opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 74.475. Na bezwaar en beroep bij het Hof Leeuwarden werd de navorderingsaanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat hij zijn onderneming in gewijzigde vorm had voortgezet en dat het gelijkheidsbeginsel toepassing vond op een resolutie over vervangingsreserves.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat belanghebbende zijn onderneming had gestaakt en dat het houden van aandelen in de BV niet als voortzetting van de onderneming kon worden aangemerkt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen sprake was van gelijke gevallen. Ook werd geoordeeld dat het Hof niet buiten de rechtsstrijd was getreden en dat de kennis van de gemachtigde omtrent de fout in de aanslag aan belanghebbende kon worden toegerekend.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling. Hiermee bleef de navorderingsaanslag in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft in stand.