ECLI:NL:PHR:2005:AT6018
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij vervreemding aandelen kasgeldvennootschap en toerekening kennis adviseurs
In deze zaak stond centraal of de vervreemder van aandelen in een kasgeldvennootschap met vervangingsreserve aansprakelijk kon worden gehouden voor belastingschulden van die vennootschap. De Ontvanger stelde dat de vervreemder onrechtmatig handelde door te weten of te behoren te weten dat de vennootschap na de overdracht zou worden leeggehaald. Tevens werd betoogd dat de kennis van fiscale adviseurs aan de vervreemder moest worden toegerekend.
De rechtbank en het hof verwierpen de vordering, stellende dat de vervreemder zelf niet wist of behoorde te weten dat de vennootschap zou worden leeggehaald en dat de adviseurs hem dit ook niet hadden meegedeeld. De Hoge Raad bevestigde dat de kennis van adviseurs niet zonder meer aan de vervreemder kan worden toegerekend, mede omdat er geen relevante interactie was tussen adviseurs en de Belastingdienst en omdat het om een eenmalige transactie ging.
De Hoge Raad benadrukte dat een onrechtmatige daad alleen kan worden aangenomen indien de vervreemder persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken en dat de toerekening van kennis van adviseurs aan de opdrachtgever niet zomaar geldt buiten vertegenwoordigingssituaties of zonder dat er een maatschappelijk vertrouwen bestaat. De vordering van de Ontvanger werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de kennis van fiscale adviseurs niet aan de vervreemder kan worden toegerekend, waardoor geen aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad bestaat.