ECLI:NL:HR:2003:AI0276
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonbelasting- en premieschulden bevestigd door Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiser voor loonbelasting- en premieschulden van betrokkene. De ontvanger van de Belastingdienst had eiser gedagvaard en gevorderd dat eiser hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor een bedrag van ƒ 82.224,-- vermeerderd met invorderingsrente. De rechtbank verklaarde eiser aansprakelijk, wat door eiser werd bestreden in hoger beroep.
Het gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de gewijzigde vordering van de ontvanger toe. Eiser stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiser voor de loonbelasting- en premieschulden van betrokkene, inclusief de invorderingsrente vanaf 18 november 1990. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiser voor de loonbelasting- en premieschulden.