ECLI:NL:HR:2003:AI0283
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevordering in civiele procedure
Eiser heeft verweerder gedagvaard voor de rechtbank met een vordering tot schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, wegens een in de dagvaarding omschreven gebeurtenis. De rechtbank wees de vordering af bij vonnis van 31 mei 2000. Eiser stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof te Leeuwarden, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 19 december 2001 bekrachtigde.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het beroep van eiser, bevestigde daarmee het arrest van het hof en het vonnis van de rechtbank en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 12 september 2003.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere afwijzing van de schadevordering bevestigd.