ECLI:NL:HR:2003:AI0304

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/148HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen afwijzing schadevergoeding wegens verloren inboedels en gederfde inkomsten

Eisers, een particulier en een stichting, vorderden van de gemeente Amsterdam schadevergoeding wegens het verloren gaan van inboedels en gederfde inkomsten. De rechtbank wees een deel van de vorderingen toe, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen volledig af na een enquêteprocedure.

Tegen het arrest van het hof stelden eisers beroep in cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten van het geding. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand, waarbij de vorderingen van eisers tegen de gemeente werden afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en de vorderingen tegen de gemeente Amsterdam worden afgewezen.

Uitspraak

26 september 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/148HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1], wonende te [woonplaats],
2. de stichting [...],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
DE GEMEENTE AMSTERDAM (Bouw- en Woning-toezicht Amsterdam, afdeling Binnenstad), gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.M. Schutte.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [eiser 1] en de Stichting - hebben bij exploit van 7 oktober 1997 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeente te veroordelen om aan [eiser 1] te betalen een bedrag van ƒ 88.380,-- en aan de Stichting ƒ 133.500,--, ter zake van het verloren gaan van de inboedels, en voorts aan de Stichting ƒ 200.000,-- aan gederfde inkomsten, voornoemde posten te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente vanaf 5 augustus 1991 tot aan de dag der voldoening.
De Gemeente heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 13 januari 1999 [eiser 1] toegelaten zijn stellingen te bewijzen en bij eindvonnis van 31 mei 2000 de Gemeente veroordeeld om aan [eiser 1] te betalen een bedrag van ƒ 88.380,-- en aan de Stichting van ƒ 111.894,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over voormelde bedragen vanaf 5 augustus 1991, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen het eindvonnis van 31 mei 2000 heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De Stichting heeft incidenteel hoger beroep ingesteld, welk beroep in cassatie niet meer aan de orde is.
Bij tussenarrest van 31 mei 2001 heeft het hof [eiser 1] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft het Hof bij eindarrest van 31 januari 2002 in het principaal beroep het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser 1] en de Stichting afgewezen en in het incidenteel beroep het beroep verworpen.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof hebben [eiser 1] en de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser 1] en de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 2.561,34 aan verschotten en €. 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 26 september 2003.