ECLI:NL:HR:2003:AJ3230
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling aan Uitvoeringsinstantie Werknemersverzekeringen
In deze zaak vordert de Uitvoeringsinstantie Werknemersverzekeringen (LISV) betaling van een bedrag van ƒ 14.663,63 van eiser. De rechtbank Breda heeft de vordering toegewezen en het hof te 's-Hertogenbosch heeft dit vonnis bekrachtigd. Eiser stelt zich hiertegen in cassatie, maar de Hoge Raad verwerpt het beroep.
De procedure begon met een dagvaarding van LISV aan eiser, gevolgd door een vonnis van de rechtbank Breda dat de vordering toewijst. Het hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Het cassatieberoep richt zich tegen deze uitspraken, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad benadrukt dat de klachten geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het beroep verworpen en wordt eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is de veroordeling van eiser tot betaling definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de veroordeling tot betaling aan LISV blijft in stand.