ECLI:NL:HR:2003:AK3614

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03010/00 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • F.H. Koster
  • G.J.M. Corstens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 552f SvArt. 447 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring vordering tot onttrekking aan het verkeer bij hangende vervolging

In deze zaak heeft de Rechtbank te Breda een beschikking gegeven waarbij 23 runderen, in beslag genomen onder de maatschap van een klager, aan het verkeer werden onttrokken op grond van artikel 36b Wetboek van Strafrecht. De klagers stelden beroep in cassatie in tegen deze beschikking.

De Hoge Raad heeft ambtshalve beoordeeld of de vordering tot onttrekking aan het verkeer ontvankelijk was. Uit de gegevens van de Advocaat-Generaal bleek dat de vervolging van een van de klagers nog hangende was. Volgens vaste jurisprudentie is in een dergelijk geval geen plaats voor een afzonderlijke vordering tot onttrekking aan het verkeer op grond van artikel 552f Wetboek van Strafvordering.

Daarom vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en verklaarde de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in zijn vordering tot onttrekking aan het verkeer. De beschikking van de Rechtbank kon daardoor niet in stand blijven.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot onttrekking aan het verkeer vanwege hangende vervolging.

Uitspraak

25 november 2003
Strafkamer
nr. 03010/00B
hjh/DAT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda van 11 augustus 2000, nummer 00/567, 00/568 en 00/569, in de strafzaak tegen:
[klager 1], de maatschap [klaagster 2], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft de onder de maatschap [klaagster 2] inbeslaggenomen runderen - zoals gespecificeerd op de lijst behorende bij de kennisgeving van inbeslagneming nummer 00/567, 00/568 en 00/569 - aan het verkeer onttrokken verklaard.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens hen is een schriftuur ingediend. De Hoge Raad kan daarop ingevolge art. 447, vijfde lid (oud), Sv geen acht slaan.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vordering tot onttrekking aan het verkeer.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
3.1. Uit de beschikking van de Rechtbank kan worden afgeleid dat het hier betreft een afzonderlijke rechterlijke beschikking op de voet van art. 552f, eerste lid, Sv naar aanleiding van een vordering van het Openbaar Ministerie op grond van art. 36b, eerste lid onder 4°, Sr tot onttrekking aan het verkeer van 23 runderen.
3.2. Op grond van de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie verstrekte gegevens moet worden aangenomen dat de Officier van Justitie in deze zaak is overgegaan tot vervolging van de klagers en dat de vervolging van één van de klagers nog hangende is. Dat brengt mee dat voor een vordering tot onttrekking aan het verkeer op de voet van art. 552f, Sv geen plaats is ( vgl. HR 11 maart 1986, NJ 1986, 574). De Hoge Raad vindt daarin aanleiding de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering.
4. Slotsom
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden beschikking;
Verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vordering.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en G.J.M. Corstens, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2003.