ECLI:NL:HR:2003:AK3614
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring vordering tot onttrekking aan het verkeer bij hangende vervolging
In deze zaak heeft de Rechtbank te Breda een beschikking gegeven waarbij 23 runderen, in beslag genomen onder de maatschap van een klager, aan het verkeer werden onttrokken op grond van artikel 36b Wetboek van Strafrecht. De klagers stelden beroep in cassatie in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad heeft ambtshalve beoordeeld of de vordering tot onttrekking aan het verkeer ontvankelijk was. Uit de gegevens van de Advocaat-Generaal bleek dat de vervolging van een van de klagers nog hangende was. Volgens vaste jurisprudentie is in een dergelijk geval geen plaats voor een afzonderlijke vordering tot onttrekking aan het verkeer op grond van artikel 552f Wetboek van Strafvordering.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en verklaarde de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in zijn vordering tot onttrekking aan het verkeer. De beschikking van de Rechtbank kon daardoor niet in stand blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot onttrekking aan het verkeer vanwege hangende vervolging.