ECLI:NL:HR:2003:AL3529
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens ontbreken tijdige kennisgeving raadsman in hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens bezit van een afbeelding met een seksuele gedraging waarbij een minderjarige betrokken was.
In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Tijdens de eerste terechtzitting in hoger beroep was de raadsman van verdachte aanwezig en voerde hij de verdediging, terwijl verdachte zelf niet verscheen. De zaak werd aangehouden met een bevel tot oproeping van verdachte en kennisgeving aan de raadsman.
Bij de terechtzitting van 26 juli 2002 was verdachte wederom niet aanwezig en was er geen raadsman aanwezig. Uit het dossier bleek dat de raadsman niet tijdig op de hoogte was gesteld van deze zitting, wat een vereiste is volgens artikel 51 tweede Pro volzin van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelt echter dat het cassatieberoep niet slaagt omdat de klacht hierover niet in cassatie is aangevoerd en er geen grond is voor ambtshalve vernietiging.
De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de straf van vijf maanden gevangenisstraf.