ECLI:NL:HR:2003:AL6994
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering aandelenoptierechten loonbelasting
Belanghebbende had over juli en augustus 1999 loonbelasting ingehouden gekregen op basis van de waardering van aandelenoptierechten. Hij maakte bezwaar tegen deze inhoudingen, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en kende teruggaaf toe op basis van de verkoopprijs van de aandelen.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de waarde van de optierechten gelijkstelde aan het voordeel bij verkoop van de aandelen, terwijl uit de stukken bleek dat belanghebbende tussen het moment van belastingheffing en verkoop een verlies had geleden.
De Hoge Raad stelde vast dat de waarde van een terstond uitoefenbaar optierecht niet lager kan zijn dan de intrinsieke waarde en verklaarde het beroep gegrond. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De Hoge Raad sprak geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.