ECLI:NL:HR:2003:AL8512

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/003HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 92 AbwArt. 243 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking over verhaalsbedrag bijstand wegens onvoldoende draagkrachttoets

De zaak betreft een geschil tussen een man en de gemeente Tilburg over de vaststelling van een verhaalsbedrag op grond van de Algemene bijstandswet. De gemeente had bij de rechtbank Breda een verzoek ingediend om een verhaalsbedrag van ƒ 1.785 per maand en een achterstand van ƒ 4.700,50 vast te stellen. De rechtbank wees dit verzoek toe. De man ging in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

De man voerde aan dat hij niet draagkrachtig was om de bijdrage te voldoen. Het hof oordeelde echter dat de man onvoldoende bewijs had geleverd van zijn financiële situatie en dat de door hem overgelegde stukken onvoldoende waren om zijn draagkracht te beoordelen. De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet duidelijk had gemotiveerd waarom de overgelegde specificatie van de bijstandsuitkering niet voldoende was, terwijl het hof deze stukken kende.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de gemeente in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem.

Uitspraak

19 december 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/003HR
JMH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
GEMEENTE TILBURG,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 16 januari 1998 ter griffie van de rechtbank te Breda ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de gemeente - zich gewend tot die rechtbank en verzocht om ten laste van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - een verhaalsbedrag vast te stellen van ƒ 1.785,-- per maand met ingang van 12 november 1997 en de man te veroordelen de ontstane betalingsachterstand van ƒ 4.700,50 met betrekking tot de periode van 12 november 1997 tot en met 31 januari 1998 te voldoen door betaling ineens van laatstgenoemd bedrag.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 maart 1998 het verzoek toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De man heeft verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de gemeente alsnog af te wijzen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren.
Na mondelinge behandeling op 19 september 2002 heeft het hof bij beschikking van 8 oktober 2002 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De gemeente heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch en tot verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De gemeente verstrekt op de voet van de Algemene bijstandswet sedert 1 maart 1995 bijstand aan [betrokkene 1], mede ten behoeve van twee minderjarige kinderen van de man. De man is onderhoudsplichtig jegens de vrouw en de kinderen. Op verzoek van de gemeente heeft de rechtbank bij beschikking van 19 maart 1998 op grond van art. 92 Abw Pro het verhaalsbedrag over de periode van 12 november 1997 tot 31 januari 1998 vastgesteld op ƒ 4.700,50 en met ingang van 1 februari 1998 op ƒ 1.785,-- per maand zolang de bijstandverlening voortduurt.
3.2 In het door hem tegen deze beschikking ingestelde hoger beroep heeft de man aangevoerd dat "hij niet draagkrachtig is om deze bijdrage te voldoen aan de gemeente Tilburg". Het hof heeft geoordeeld dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet in staat is de door de rechtbank vastgestelde bijdrage te voldoen en de beschikking waarvan beroep bekrachtigd. Aan dit oordeel heeft het hof ten grondslag gelegd dat de man, behoudens een overzicht van de belastingdienst met betrekking tot de bruto-loonopgaven over de jaren 1997 - 2001, geen gegevens met betrekking tot zijn financiële situatie heeft overgelegd, en dat het hof de door de man verstrekte gegevens onvoldoende acht om inzicht te krijgen in zijn financiële situatie en aldus te kunnen oordelen over zijn draagkracht. Tegen deze overwegingen richt zich het middel.
3.3 Het middel is gegrond. In aanmerking genomen dat de man in zijn beroepschrift en bij de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft aangevoerd dat hij is aangewezen op een bijstandsuitkering, dat hij een door de gemeente verstrekte specificatie daarvan als productie 3 bij het beroepschrift heeft overgelegd, en dat het hof blijkens rov. 2.3 van de bestreden beschikking heeft kennisgenomen van de producties bij het beroepschrift, is zonder nadere toelichting niet begrijpelijk op grond waarvan het hof tot de in de hiervoor weergegeven overwegingen vervatte vaststellingen en oordelen is gekomen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 oktober 2002;
verwijst het geding naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing;
veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de man begroot op € 1.617,69 in totaal, waarvan € 1.560,19 op de voet van art. 243 Rv Pro. te voldoen aan de Griffier, en € 57,50 te voldoen aan de man.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 19 december 2003.