ECLI:NL:HR:2003:AM0215
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanwezigheid verdachte en redelijke termijn in cassatie strafzaak drugshandel
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte veroordeeld voor onder meer medeplegen van drugshandel, bezit van vals reisdocument en heling. Het hof had de verdachte vrijgesproken van enkele tenlasteleggingen en veroordeeld tot vier jaar en negen maanden gevangenisstraf. De verdachte was tijdens de procedure als ongewenst vreemdeling uitgezet naar Tunesië.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. Het hof had het verzoek tot aanhouding van de zaak afgewezen omdat de verdachte volgens het hof afstand had gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn bij de zitting van 26 april 2002. De Hoge Raad vindt dit oordeel onbegrijpelijk, maar ziet geen zodanige schending van art. 6 EVRM Pro dat cassatie volgt.
De procedure kende meerdere zittingen met getuigenverhoren, deskundigenonderzoek en schorsingen. De verdachte was tot zijn uitzetting steeds aanwezig met raadslieden. De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en vermindert de straf tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De strafoplegging wordt vernietigd en verminderd tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf; het beroep wordt voor het overige verworpen.