ECLI:NL:HR:2003:AN7086
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid economische kamer rechtbank bij overtreding Afvalstoffenverordening Dordrecht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de Rechtbank Dordrecht, Economische Kamer, waarbij verdachte werd veroordeeld voor het aanbieden van huishoudelijk afval op een andere dag dan de door de gemeente vastgestelde inzameldag, in strijd met artikel 12 lid 2 van Pro de Afvalstoffenverordening Dordrecht 1994.
De rechtbank had het bewezenverklaarde feit gekwalificeerd als overtreding van artikel 15 van Pro de Afvalstoffenverordening en geoordeeld dat de kantonrechter bevoegd was. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat de economische kamer van de rechtbank bevoegd is, omdat de overtreding strafbaar is gesteld op grond van de Wet milieubeheer (oud) en de Wet op de economische delicten.
De Hoge Raad benadrukt dat de gemeentelijke verordening een autonome bevoegdheid van de gemeente betreft, maar dat strafbaarstelling van overtredingen in dit kader valt onder de Wet milieubeheer en Wet op de economische delicten. De strafbedreiging in latere verordeningen doet hieraan niet af. De Hoge Raad kwalificeert het bewezenverklaarde feit als overtreding van een voorschrift krachtens artikel 10.10, eerste lid, van de Wet milieubeheer (oud).
De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis voor wat betreft de bevoegdheid en kwalificatie, verwerpt het beroep voor het overige en behandelt de zaak zelf af.
Uitkomst: De economische kamer van de rechtbank is bevoegd en het bewezenverklaarde feit is een overtreding van een voorschrift krachtens de Wet milieubeheer.