ECLI:NL:PHR:2003:AN7086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en kwalificatie bij overtreding Afvalstoffenverordening Dordrecht 1994
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de rechtbank Dordrecht waarin een persoon werd bewezenverklaard voor overtreding van artikel 15 van Pro de Afvalstoffenverordening Dordrecht 1994, maar waarbij geen straf werd opgelegd. De kern van het geschil betrof de vraag welke rechter bevoegd was en hoe de overtreding gekwalificeerd moest worden. De rechtbank oordeelde dat de kantonrechter bevoegd was omdat de strafbaarstelling volgens haar was gebaseerd op de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad krachtens artikel 149 Gemeentewet Pro.
De Hoge Raad stelt vast dat de overtreding van artikel 12 lid 2 van Pro de Afvalstoffenverordening Dordrecht 1994 strafbaar is op grond van artikel 10.10 (oud) Wet milieubeheer juncto artikel 1a en 6 Wet op de economische delicten. De economische kamer van de rechtbank is daarom bevoegd. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de kantonrechter bevoegd was en het bewezenverklaarde feit onjuist gekwalificeerd.
De Hoge Raad overweegt dat de gemeenteraad met de artikelen 10 tot en met 25 van de Afvalstoffenverordening uitvoering heeft gegeven aan artikel 10.10 Wet milieubeheer. Aanvullende regels die niet het aanbieden en afvoeren van afval betreffen maar de openbare orde verzekeren, zijn gebaseerd op artikel 149 Gemeentewet Pro. Artikel 12 lid 2 betreft Pro de vaststelling van dagen en tijden voor het aanbieden van afval en is daarmee een regeling krachtens de Wet milieubeheer. De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en kwalificeert het bewezenverklaarde feit als overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10.10 Wet milieubeheer, waarbij de economische kamer bevoegd is. De zaak wordt zelf afgedaan zonder nieuwe feitelijke behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en bevestigt de bevoegdheid van de economische kamer en kwalificatie als economisch delict.