ECLI:NL:HR:2003:AN8261
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan België ondanks eerdere ontoelaatbaarheid wegens ongenoegzame stukken
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch inzake een uitleveringsverzoek van België. De Rechtbank had de uitlevering toelaatbaar verklaard, maar zonder een voldoende omschrijving van de feiten waarvoor uitlevering werd gevraagd, wat in strijd was met de wettelijke vereisten.
De Hoge Raad vernietigt de uitspraak uitsluitend vanwege dit gebrek aan feitelijke specificatie. De Hoge Raad vult dit verzuim aan door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor de feiten zoals omschreven in het internationaal aanhoudingsmandaat en een aanvullende brief van de Belgische onderzoeksrechter.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat indien de rechter bij een eerder verzoek uitlevering ontoelaatbaar verklaart wegens ongenoegzame stukken, deze stukken toch mogen worden meegewogen bij een nieuw verzoek. Ook bestaat er geen redelijke grond voor de opgeëiste persoon om te vertrouwen dat hij niet opnieuw zal worden uitgeleverd voor hetzelfde feit.
Het beroep wordt voor het overige verworpen, waarmee de uitlevering aan België wordt toegestaan. Hiermee wordt het belang van een juiste feitelijke omschrijving bij uitleveringsverzoeken benadrukt en het vertrouwensbeginsel in deze context beperkt.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering aan België toelaatbaar voor de omschreven feiten en vernietigt de uitspraak wegens onvolledige feitelijke omschrijving.