ECLI:NL:HR:2003:AN8263
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over toelaatbaarheid uitlevering bij onherroepelijke veroordeling in Nederland
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan Polen voor strafbare feiten die ook in Nederland aan de orde zijn geweest. De Rechtbank Haarlem had de uitlevering toelaatbaar verklaard, ondanks dat de opgeëiste persoon in Nederland reeds voor dezelfde feiten was veroordeeld door het gerechtshof Amsterdam.
De verdediging voerde aan dat de uitlevering ontoelaatbaar is op grond van artikel 9 van Pro het Europees Uitleveringsverdrag, omdat er sprake is van een onherroepelijke veroordeling in Nederland. De rechtbank oordeelde echter dat zolang tegen het arrest cassatieberoep loopt, de veroordeling niet onherroepelijk is en de uitlevering niet wordt belemmerd.
De Hoge Raad oordeelt dat uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard voor de feiten waarvoor de opgeëiste persoon onherroepelijk is veroordeeld in Nederland. Na intrekking van het cassatieberoep staat vast dat de veroordeling onherroepelijk is. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover de uitlevering voor deze feiten is toegestaan en verklaart die uitlevering ontoelaatbaar.
De Hoge Raad bevestigt dat de beoordeling van de toelaatbaarheid van uitlevering bij lopende strafvervolgingen aan de Minister van Justitie toekomt, en dat de uitleveringsrechter de uitlevering niet mag toestaan indien sprake is van onherroepelijke veroordeling voor dezelfde feiten in Nederland.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 16 december 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering ontoelaatbaar voor feiten waarvoor de verdachte in Nederland onherroepelijk is veroordeeld.