ECLI:NL:HR:2003:AN9197
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Uitlevering aan Duitsland ondanks beëindigde vervolging in Nederland wegens voorkeur buitenlandse berechting
In deze zaak werd de uitlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland gevraagd ter vervolging van feiten die ook onderwerp waren van een gerechtelijk vooronderzoek in Nederland. De vervolging in Nederland was gestaakt met een kennisgeving van niet verdere vervolging, waardoor hernieuwde vervolging op grond van artikel 255 Sv Pro was uitgesloten.
De verdediging voerde aan dat deze beëindigde vervolging aan uitlevering in de weg stond. De rechtbank verklaarde de uitlevering echter toelaatbaar, waarna de zaak voor de Hoge Raad kwam in cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 9 lid 3 van Pro de Uitleveringswet een beëindigde vervolging in Nederland die is gestaakt omdat aan buitenlandse berechting de voorkeur is gegeven, niet aan uitlevering in de weg staat. Bovendien is het oordeel hierover voorbehouden aan de Minister van Justitie en niet aan de rechter die over uitlevering beslist.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen en de uitlevering aan Duitsland bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toelaatbaarheid van uitlevering aan Duitsland ondanks de gestaakte vervolging in Nederland.