ECLI:NL:HR:2003:AO0631
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking oudedagsreserve bij buitenlandse belastingplicht
In deze zaak betrof het een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1997 die aan belanghebbende was opgelegd. Belanghebbende, die in 1995 naar de Verenigde Staten was verhuisd, had tot dat moment een oudedagsreserve opgebouwd. De Inspecteur had bij de aanslag de oudedagsreserve ten onrechte niet volledig tot het belastbare inkomen gerekend en had deze met toepassing van de foutenleer alsnog belast.
Het Gerechtshof 's-Gravenhage had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd, omdat het hof oordeelde dat de oudedagsreserve niet geldt voor buitenlandse belastingplichtigen en dat toevoegingen en afnemingen van de oudedagsreserve geen deel uitmaken van het belastbare binnenlandse inkomen. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de oudedagsreserve niet kan worden toegerekend aan het binnenlandse inkomen van een buitenlandse belastingplichtige en dat de toepassing van de foutenleer in dit geval niet toelaatbaar is. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van de oudedagsreserve bij grensoverschrijdende belastingplicht en bevestigt dat de wetgever niet heeft beoogd de oudedagsreserve toe te passen buiten de binnenlandse belastingplicht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; de oudedagsreserve kan niet worden toegerekend aan het binnenlandse inkomen van een buitenlandse belastingplichtige.