ECLI:NL:HR:2003:AO0649
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt premieplicht volksverzekeringen bij detachering binnen EU
Belanghebbende was gedurende de eerste elf maanden van 1996 gedetacheerd in België en woonde daar ook, terwijl de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op hem van toepassing bleef op grond van een bilaterale overeenkomst tussen Nederland en België. De Inspecteur legde een aanslag in de premie volksverzekeringen op, welke na bezwaar en beroep door het Gerechtshof werd bevestigd.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat de Verduidelijkingswet in strijd was met het EG-Verdrag en dat de premieplicht een belemmering vormde voor het vrije verkeer van werknemers binnen de EU. De Hoge Raad verwierp deze middelen, stellende dat de nationale wetgeving slechts een nationaalrechtelijk fundament biedt en dat de materie van de premieplicht niet door de Verordening wordt geregeld.
De Hoge Raad oordeelde verder dat geen sprake was van een belemmering van het vrije verkeer omdat de premielast geen nadelige terugwerkende kracht had op het verrichten van werkzaamheden in België. De overige middelen werden niet inhoudelijk behandeld vanwege het ontbreken van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat de aanslag in de premie volksverzekeringen terecht is opgelegd over de periode van detachering binnen de EU.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de premieplicht volksverzekeringen tijdens detachering binnen de EU.