ECLI:NL:HR:2004:AF7516
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid rioolrechtenheffing gemeente Eindhoven
Belanghebbende, gebruiker van dertien op de gemeentelijke riolering aangesloten eigendommen, werd voor het jaar 1995 geconfronteerd met een gecombineerde aanslag voor de afvoer van afvalwater door de gemeente Eindhoven ter hoogte van ƒ 2.528.526. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door het hoofd van de afdeling Belastingen van de gemeente. Belanghebbende ging in beroep bij het gerechtshof, dat het besluit van het hoofd bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad behandelde de zaak, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een verweerschrift indiende. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van belanghebbende faalden, mede verwijzend naar een gelijktijdig arrest in een vergelijkbare zaak tussen dezelfde partijen. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de rechtmatigheid van de heffing van rioolrechten door de gemeente werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de heffing van rioolrechten door de gemeente Eindhoven bevestigd.