ECLI:NL:PHR:2004:AF7516
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van rioolrechtenheffing en kostentoerekening door gemeente Eindhoven
X BV was in de jaren 1994, 1995 en 1996 gebruiker van meerdere eigendommen in Eindhoven en werd aangeslagen voor rioolafvoerrecht. De gemeente hanteerde een verdeling waarbij 78% van de rioleringslasten werd toegerekend aan het rioolaansluitrecht en 22% aan het rioolafvoerrecht, met een drempel van 500 m3 afvalwater waarboven het afvoerrecht werd geheven. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen, welke werden gehandhaafd door het gemeentelijk bestuur en bevestigd door het Hof 's-Hertogenbosch.
In cassatie stelde X BV meerdere middelen aan de orde, onder meer dat de verdeling van lasten en tarieven onredelijk en willekeurig was en dat de Verordening rioolrechten onverbindend zou zijn wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad oordeelde dat de gemeente binnen haar beleidsvrijheid de lasten op redelijke wijze heeft toegerekend en dat de tariefstelling niet onbegrijpelijk of onrechtmatig is. Ook is het toegestaan dat alleen grote lozers worden aangeslagen in het afvoerrecht en dat kleine gebruikers forfaitair via het aansluitrecht worden belast.
De Hoge Raad bevestigde dat het aansluitrecht en afvoerrecht twee verschijningsvormen zijn van dezelfde gebruiksretributie en dat de gemeente een zekere vrijheid heeft bij de kostentoerekening, mits deze controleerbaar is en geen dubbele heffing plaatsvindt. De klachten van belanghebbende werden ongegrond verklaard en het beroep in cassatie verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van X BV tegen de aanslagen rioolafvoerrecht 1994-1996 is ongegrond verklaard.