ECLI:NL:HR:2004:AF7523
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid heffing rioolafvoerrecht grote lozers gemeente Leiden
In deze zaak gaat het om de heffing van rioolafvoerrecht door de gemeente Leiden over het jaar 1994, waarbij belanghebbende als gebruiker van twee eigendommen aanslagen kreeg opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen, maar het Hof vernietigde deze. Het College van B&W stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de heffingssystematiek waarbij alleen grote lozers worden belast, niet per definitie in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, ook al wordt een groot deel van de belastingplichtigen vrijgesteld. Wel moet het totale bedrag dat door de grote lozers wordt geheven in redelijke verhouding staan tot de kosten die aan hen kunnen worden toegerekend, anders wordt het evenredigheidsbeginsel geschonden.
De Hoge Raad concludeert dat de gemeente Leiden dit evenredigheidsbeginsel niet heeft geschonden, omdat de geraamde opbrengst van het rioolafvoerrecht ongeveer overeenkomt met het aandeel van de grote lozers in de totale rioleringskosten. De vernietiging van het hof wordt daarom teruggedraaid en de aanslagen worden bevestigd. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslagen rioolafvoerrecht van de gemeente Leiden en vernietigt het arrest van het hof.