ECLI:NL:HR:2004:AM2959
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- J.C. van Oven
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Cassatie over onteigening ten algemenen nutte en schadeloosstelling
In deze zaak heeft de besloten vennootschap Micherna Beheer B.V. (hierna: Micherna) cassatie ingesteld tegen een vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage. De zaak betreft een onteigening ten algemenen nutte door de Staat der Nederlanden (Ministerie van Verkeer en Waterstaat) voor de reconstructie en aanleg van de Rijksweg 14. Micherna, eigenaar van de onroerende zaken die onteigend werden, was in eerste instantie door de Staat gedagvaard. De Rechtbank heeft op 5 september 2001 de onteigening vervroegd uitgesproken en een voorschot op de schadeloosstelling vastgesteld. Dit vonnis werd later door de Hoge Raad bevestigd.
Op 11 december 2002 heeft de Rechtbank de definitieve schadeloosstelling vastgesteld op € 383.444,28, inclusief het reeds betaalde voorschot. Micherna heeft hiertegen cassatie ingesteld, maar de Hoge Raad heeft het beroep verworpen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. De beslissing is genomen op basis van artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde stelde.
De Hoge Raad heeft Micherna in de kosten van het geding in cassatie veroordeeld, die zijn begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1365 voor salaris. Dit arrest is uitgesproken op 16 januari 2004 door de vice-president A.G. Pos en de raadsheren J.C. van Oven en C.J.J. van Maanen.