ECLI:NL:HR:2004:AN8279
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep wegens termijnoverschrijding
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer. De verdachte heeft echter niet binnen de bij de wet gestelde termijn door een raadsman schriftelijk middelen van cassatie ingediend, zoals vereist volgens art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat het wettelijke voorschrift niet is nageleefd.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en G.J.M. Corstens, en uitgesproken op 27 januari 2004. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven vanwege de niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.