ECLI:NL:HR:2004:AN8487
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechter bij opheffing van conservatoire vreemdelingenbeslagen in Nederlandse Antillen
In deze zaak stond de vraag centraal welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen tot opheffing van conservatoire vreemdelingenbeslagen gelegd door SFT Bank N.V. tegen eiser [eiser 1] en Ditita Overseas Limited. Het Gerecht in Eerste Aanleg (GEA) Sint Maarten had de beslagen opgeheven, maar het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde het GEA Sint Maarten onbevoegd, waarbij het GEA Curaçao als bevoegd werd aangewezen.
Eisers stelden dat [eiser 1] een gekozen woonplaats had op Sint Maarten, waardoor het beslag niet als vreemdelingenbeslag aangemerkt kon worden en het GEA Sint Maarten wel bevoegd was. Het hof oordeelde echter dat geen schriftelijke domicilie-keuze was gemaakt en dat het beslag terecht als vreemdelingenbeslag werd aangemerkt, waarbij alleen het GEA Curaçao bevoegd was.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het hof omdat het hof ten onrechte het GEA Sint Maarten onbevoegd had verklaard zonder de zaak door te verwijzen naar het bevoegde GEA Curaçao, zoals vereist is volgens art. 127a RvNA. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling en beslissing over de inhoudelijke grieven. Tevens werd geoordeeld dat het hof ten onrechte ambtshalve bevoegdheid had vastgesteld ten aanzien van de beslagen van 15 juni 2001, zodat ook die kwestie nader moet worden behandeld.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofvonnis en wijst zaak terug voor verdere behandeling door bevoegde rechter.