ECLI:NL:HR:2004:AO0901
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenveroordeling ondanks betwisting gedaagdenstatus in kort geding
In deze zaak vorderde eiser in cassatie een verklaring voor recht dat hij niet als gedaagde was verschenen in een kort geding dat op 28 december 1995 diende en dat de proceskostenveroordeling van 5 januari 1996 niet tegen hem geëxecuteerd kan worden. In het kort geding had de stichting WONINGSTICHTING HAAG WONEN (rechtsopvolgster van een eerdere woningstichting) een ontruimingsvordering ingesteld tegen de bewoners van bepaalde percelen.
Eiser was voor het perceel aan de betreffende straat verschenen en veroordeeld in de proceskosten. Hij stelde later dat hij zonder machtiging van de werkelijke gedaagden was verschenen en zich had voorgedaan als een van hen. Zowel de rechtbank als het hof wezen zijn vorderingen af. Het hof oordeelde dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet toestaat dat een onherroepelijke uitspraak op die wijze wordt aangetast.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Het uitgangspunt dat iemand die zonder machtiging optreedt niet in de proceskosten kan worden veroordeeld, wordt verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat het middel geen belang heeft en dat de onherroepelijke uitspraak niet kan worden betwist in een nieuw geding.
De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, met nihil aan de zijde van de verweerster. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 27 februari 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat eiser als gedaagde in het kort geding kan worden aangesproken en in de proceskosten kan worden veroordeeld.