ECLI:NL:HR:2004:AO1428
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtstreekse vordering benadeelde op WAM-verzekeraar bij vervangend motorrijtuig
In deze zaak stond centraal of een verzekering die dekking biedt voor een vervangend motorrijtuig tijdens reparatie onder de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) valt en of de benadeelde een eigen recht op vergoeding kan ontlenen aan deze verzekering. Nationale-Nederlanden stelde dat haar verzekering geen WAM-verzekering was en dat zij daarom niet aansprakelijk was voor de schade.
De Hoge Raad stelde vast dat de polisvoorwaarden van Nationale-Nederlanden duidelijk maken dat het gaat om een WAM-verzekering, ook al betreft het een vervangend motorrijtuig. Dit betekent dat de verzekering een verplichte verzekering is en dat de benadeelde een eigen recht op vergoeding heeft. De Hoge Raad verwierp het standpunt dat er geen twee WAM-verzekeringen naast elkaar kunnen bestaan en dat alleen de geregistreerde verzekeraar aansprakelijk zou zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat de benadeelde als derde-rechthebbende rechtstreeks een vordering kan instellen tegen de verzekeraar van het vervangende motorrijtuig. De eerdere oordelen van rechtbank en hof werden verworpen en het beroep van Nationale-Nederlanden werd afgewezen. De uitspraak versterkt de positie van verkeersslachtoffers door te bevestigen dat zij bescherming genieten ook bij vervangende voertuigen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verzekering voor het vervangend motorrijtuig een WAM-verzekering is en dat de benadeelde een eigen recht op vergoeding heeft, waardoor het beroep van Nationale-Nederlanden wordt verworpen.