ECLI:NL:HR:2004:AO1502
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting en accijns
In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 juni 2002, waarin het Hof de naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigde en de naheffingsaanslag accijns handhaafde.
Belanghebbende had in de periode van september 1996 tot en met november 1997 grote hoeveelheden sigaretten verhandeld die niet overeenkomstig de Wet op de accijns waren aangegeven. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op voor zowel accijns als omzetbelasting, inclusief een verhoging van honderd procent. Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag omzetbelasting ten onrechte was opgelegd omdat zich geen belastbaar feit had voorgedaan volgens artikel 28 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968.
De Hoge Raad stelt echter vast dat belanghebbende als ondernemer sigaretten heeft gekocht en verkocht, waardoor wel degelijk belastbare feiten in de zin van artikel 28 Wet Pro op de omzetbelasting zijn gerealiseerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht. De naheffingsaanslag accijns blijft gehandhaafd.
De Hoge Raad acht geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en spreekt het arrest in het openbaar uit op 9 januari 2004.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt gehandhaafd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.