ECLI:NL:HR:2004:AO1755
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Overgang fiscaal controleonderzoek naar strafrechtelijk onderzoek en geheimhoudingsplicht belastingambtenaren
In deze zaak stond centraal of de overgang van een fiscaal controleonderzoek naar een strafrechtelijk onderzoek correct was verlopen en of de geheimhoudingsplicht van belastingambtenaren was geschonden. De verdediging voerde aan dat de aanmeldings-, transactie- en vervolgingsrichtlijnen (ATV-richtlijnen) niet waren nageleefd en dat het bestuur van 's Rijks belastingen niet had ingestemd met de vervolging, wat volgens haar tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) zou moeten leiden.
Het hof oordeelde dat, ondanks formele tekortkomingen, naar de inhoud in overeenstemming met de ATV-richtlijnen was gehandeld en dat de vervolging met instemming van het bestuur van 's Rijks belastingen was ingezet. Ook verwierp het hof het verweer dat de geheimhoudingsplicht van belastingambtenaren was geschonden door rechtstreeks contact met de officier van justitie, omdat deze plicht een interne dienstnorm betreft waar de verdachte geen rechten aan kan ontlenen.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en wees erop dat de informatieverstrekking door belastingambtenaren aan het OM als uitvoering van de belastingwet geldt en niet aan beperkingen is onderworpen. Het beroep in cassatie werd verworpen omdat geen onjuiste rechtsopvattingen of schendingen van rechtsregels waren vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd; de vervolging is rechtmatig en het OM niet niet-ontvankelijk verklaard.