ECLI:NL:HR:2004:AO1946
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie tegen afwijzing vordering bank
Eiseres heeft de bank gedagvaard en gevorderd betaling van een bedrag van ƒ 187.360,--, vermeerderd met wettelijke rente, dan wel een schadevergoeding. De kantonrechter wees de vordering af. Eiseres stelde hoger beroep in, maar de rechtbank bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Vervolgens stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 2.281,34 aan verschotten en € 1.365,-- aan salaris. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2004.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.