ECLI:NL:HR:2004:AO2299

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C03/143HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering Corus tegen Dimitra Special Shipping

In deze zaak vorderde Corus Staal B.V. van Dimitra Special Shipping S.A. een bedrag van ruim ƒ 1,17 miljoen vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank Haarlem wees de vordering toe, welke beslissing werd bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam. Dimitra stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

De Hoge Raad veroordeelde Dimitra tevens in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de eerdere beslissing van de lagere instanties definitief bevestigd, waarmee Corus haar vordering succesvol kon innen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toewijzing van de vordering aan Corus.

Uitspraak

2 april 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/143HR
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de vennootschap naar vreemd recht DIMITRA SPECIAL SHIPPING S.A., gevestigd te Piraeus, Griekenland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.H. van der Woude,
t e g e n
CORUS STAAL B.V., gevestigd te Velsen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. R.M. Hermans, thans mr. H.J.A. Knijff.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Corus - heeft bij exploot van 19 november 1993 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Dimitra - gedagvaard voor de rechtbank te Haarlem. Na vermeerdering van eis heeft Corus gevorderd Dimitra te veroordelen aan haar te betalen de somma van ƒ 1.174.545,92, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van ƒ 1.115.560,92, vanaf de dag van dagvaarding tot die der algehele algehele voldoening, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van ƒ 58.985,-- vanaf 30 augustus 1994 tot de dag der algehele voldoening.
Dimitra heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 23 januari 2001 de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft Dimitra hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 16 januari 2003 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Dimitra beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Corus heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Corus mede door mr. F.M. Schlatmann, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Dimitra in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Corus begroot op € 766,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 2 april 2004.