ECLI:NL:HR:2004:AO3170
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing causaal verband tussen fibromyalgie en verkeersongeval
Eiseres vorderde vergoeding van immateriële en materiële schade na een verkeersongeval in 1992 waarbij zij als bromfietsbestuurster werd aangereden. De rechtbank kende haar de gevorderde schade toe na een deskundigenonderzoek, maar het hof vernietigde dit vonnis deels en beperkte de immateriële schadevergoeding aanzienlijk.
Het centrale geschil betrof de vraag of de fibromyalgieklachten van eiseres als gevolg van het ongeval konden worden aangemerkt. Het hof concludeerde dat fibromyalgie geen op zichzelf staande aandoening is en dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor een causaal verband tussen het ongeval en de klachten. Het hof legde de bewijslast voor het causaal verband bij eiseres, die onvoldoende bewijs leverde.
Eiseres stelde dat het hof ten onrechte het causaal verband ontkende en de omkeringsregel niet toepaste. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof terecht de omkeringsregel niet toepaste omdat de medische wetenschap onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een causaal verband tussen het ongeval en fibromyalgie. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het causaal verband tussen fibromyalgieklachten en het ongeval onvoldoende is aangetoond.