ECLI:NL:HR:2004:AO3289
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.L.M. Urlings
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verduistering in dienstbetrekking ondanks vermeend retentierecht
Verdachte werd veroordeeld voor verduistering van een personenauto die hij als werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had. Hij stelde dat hij de auto mocht vasthouden vanwege een vermeende loonvordering op zijn werkgever, een civielrechtelijk retentierecht dat zijn opzet op wederrechtelijkheid zou uitsluiten.
Het hof verwierp dit verweer omdat verdachte de auto gebruikte op een wijze die niet verenigbaar was met een retentierecht en zich bovendien niet op een dergelijk recht had beroepen, maar zich onbereikbaar had gehouden voor zijn werkgever. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het verweer faalde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarmee de veroordeling tot een gevangenisstraf van één week onvoorwaardelijk en een voorwaardelijke straf gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot één week gevangenisstraf wegens verduistering.