ECLI:NL:HR:2004:AO3870
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over ouderlijk gezag en hoofdverblijf minderjarig kind
In deze zaak verzoekt de man bij de rechtbank Maastricht om het hoofdverblijf van het minderjarige kind bij hem te plaatsen en een omgangsregeling met de vrouw vast te stellen. De vrouw verzet zich hiertegen en verzoekt primair om alleen het ouderlijk gezag te verkrijgen en subsidiair het hoofdverblijf bij haar te laten. De rechtbank wijzigt haar eerdere beschikking en kent de vrouw het alleen ouderlijk gezag toe, stelt een omgangsregeling vast en houdt de definitieve beslissing aan voor nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.
Na rapportage van de Raad wijzigt de rechtbank haar beschikking definitief in het voordeel van de vrouw, die het alleen ouderlijk gezag krijgt en een omgangsregeling wordt vastgesteld. De man gaat in hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, dat de beschikking vernietigt voor zover het het ouderlijk gezag betreft en het verzoek van de vrouw tot alleen ouderlijk gezag afwijst, maar de rest van de beschikking bekrachtigt.
De vrouw stelt beroep in cassatie tegen beide beslissingen van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling.