ECLI:NL:HR:2004:AO4151
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens impliciete goedkeuring pensioenafstorting door algemene vergadering
Eiseres vorderde dat verweerder een bedrag zou betalen wegens vermeende onrechtmatige verhoging van zijn pensioenvoorziening zonder besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders. De rechtbank wees de primaire vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de algemene vergadering van aandeelhouders op 24 juni 1996 de jaarstukken inclusief de pensioenafstorting had goedgekeurd, waarmee impliciet ook de afstorting voor verbetering van de pensioenvoorziening was geaccepteerd.
Eiseres stelde in cassatie dat zij niet op de hoogte was van het gebruik van de afstorting voor de pensioenverbetering van verweerder, maar het hof verwierp dit omdat ook een andere directeur-grootaandeelhouder met adviseur aanwezig was die geen vragen stelde over de afstorting. De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het hof niet onjuist was en dat eiseres niet achteraf verweerder kan verplichten de pensioenverbetering voor zijn rekening te nemen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand dat de vordering van eiseres afwees.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de algemene vergadering de pensioenafstorting impliciet had goedgekeurd, waardoor de vordering van eiseres werd afgewezen.