ECLI:NL:PHR:2004:AO4151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt impliciete goedkeuring afstorting pensioenvoorziening door algemene vergadering aandeelhouders
De zaak betreft een geschil tussen eiseres, een vennootschap, en verweerder, voormalig statutair directeur en aandeelhouder, over de terugvordering van een pensioenvoorziening die verweerder zonder voorafgaande goedkeuring had afgestort bij een verzekeringsmaatschappij.
Verweerder was samen met zijn broer statutair directeur en aandeelhouder van eiseres. Na een herseninfarct van zijn broer verkocht verweerder zijn aandelen aan diens zoon. Later stelde eiseres dat verweerder onrechtmatig had gehandeld door zonder voldoende goedkeuring een pensioenvoorziening te verhogen en eiste terugbetaling van het bedrag.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de goedkeuring van de jaarstukken door de algemene vergadering van aandeelhouders ook de afstorting van de pensioenvoorziening omvatte. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de impliciete goedkeuring in de jaarstukken betekent dat eiseres het bedrag niet kan terugvorderen. De Hoge Raad wijst op het onderscheid tussen decharge en impliciete goedkeuring en laat de mogelijkheid open dat een impliciet besluit vernietigd kan worden bij strijd met redelijkheid en billijkheid.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de algemene vergadering van aandeelhouders de afstorting van de pensioenvoorziening impliciet heeft goedgekeurd, waardoor terugvordering niet mogelijk is.