ECLI:NL:HR:2004:AO4205
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over naheffingsaanslag omzetbelasting fiscale eenheid
Belanghebbende, een fiscale eenheid, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 1995 ter hoogte van ƒ 560.000. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het Hof Amsterdam, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de kwalificatie van een brief van 25 juli 1995 als een factuur in de zin van artikel 37 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. Het Hof oordeelde dat de brief een factuur was, ondanks dat belanghebbende niet degene was die de goederen leverde en de brief geen betrekking had op levering in het kader van de doorstart van A Holland B.V.
De Hoge Raad constateerde dat het Hof niet had toegelicht waarom de brief toch als factuur moest worden aangemerkt, terwijl vaststond dat belanghebbende niet leverde. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het Hof buiten de grenzen van het geschil was getreden door een dienst te veronderstellen die niet door partijen was aangevoerd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in cassatie aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam en verwijst zaak terug voor verdere behandeling.