ECLI:NL:HR:2004:AO5547
Hoge Raad
- Herziening
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening arrest Hoge Raad inzake naheffingsaanslag kansspelbelasting
De zaak betreft een verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad van 14 maart 2003, waarin het principale beroep van belanghebbende en het incidentele beroep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak over een naheffingsaanslag kansspelbelasting ongegrond werden verklaard.
Het verzoek tot herziening is beoordeeld aan de hand van artikel 29 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen in verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Deze bepalingen stellen dat alleen feiten of omstandigheden die vóór het oorspronkelijke arrest plaatsvonden, die niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de indiener, en die bij eerdere bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden, als grond voor herziening kunnen dienen.
In dit geval bevat het verzoek geen feiten of omstandigheden die aan deze criteria voldoen. De feiten die worden aangevoerd, zouden gelet op de beperkte toetsing door de Hoge Raad in cassatie niet tot een andere beslissing hebben kunnen leiden.
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening dan ook kennelijk ongegrond en sluit het onderzoek. Partijen wordt de mogelijkheid geboden binnen zes weken na verzending van het arrest een verzetschrift in te dienen, waarna het arrest kan vervallen indien het verzet gegrond wordt verklaard.
Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het arrest inzake naheffingsaanslag kansspelbelasting wordt afgewezen.