ECLI:NL:HR:2003:AF5822
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering naheffingsaanslag en boete kansspelbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag kansspelbelasting en een boete opgelegd over de periode 1 januari 1998 tot en met 10 september 1999. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag en boete. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag en boete verlaagde op basis van een lagere personeelsbezetting dan door de Inspecteur aangenomen.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het Hofvonnis. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris werd eveneens ongegrond verklaard.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat het aantal personeelsleden bij de berekening van het belastbare bedrag lager was dan door de Inspecteur aangenomen. Ook werd geoordeeld dat de Inspecteur niet had gesteld dat een correctie van het aantal personeelsleden gevolgen had voor de gehanteerde berekeningsmethode. De Hoge Raad achtte geen reden voor proceskostenveroordeling.
Het arrest werd gewezen door raadsheren Lourens, Bavinck en Van den Berge en op 14 maart 2003 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep en het incidentele beroep ongegrond en bevestigt de vermindering van naheffingsaanslag en boete.