ECLI:NL:HR:2004:AO6339
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen discriminatie in regeling griffierecht bij ongegrond beroep in cassatie
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten tegen het arrest van het Hof geen cassatiegrond opleveren en dat het beroep ongegrond is. Tevens behandelde de Hoge Raad het verzoek van belanghebbende om restitutie van het griffierecht, ook indien het beroep ongegrond wordt verklaard.
De Hoge Raad stelde dat de regeling van het griffierecht gebaseerd is op redelijke en objectieve gronden, namelijk dat degene die gebruikmaakt van de rechterlijke voorziening een deel van de kosten draagt. Het niet terugbetalen van griffierecht bij ongegrondverklaring is geen verboden discriminatie. Het verzoek om restitutie wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om restitutie van het griffierecht wordt afgewezen.