ECLI:NL:HR:2004:AO7004
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over redelijkheid en billijkheid bij afrekening huwelijkse voorwaarden
De zaak betreft een geschil tussen een man en een vrouw over de afrekening van hun vermogens na echtscheiding. Zij waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams verrekeningsbeding. Na de scheiding werden de activa vrijwel geheel aan de vrouw toegedeeld, terwijl de man een rentedragende vordering had wegens onderbedeling.
De rechtbank rekende af alsof partijen in gemeenschap van goederen waren gehuwd en veroordeelde de vrouw tot betaling aan de man. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de vrouw tot betaling van een lager bedrag en afgifte van goederen aan de man, met als uitgangspunt dat de huwelijkse voorwaarden niet konden worden genegeerd.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, terwijl de man incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad oordeelde dat de gemeenschappelijke bedoeling van partijen niet de akte van huwelijkse voorwaarden kan vervangen, maar dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat redelijkheid en billijkheid niet kunnen afdoen aan de huwelijkse voorwaarden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd bepaald dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. De uitspraak benadrukt dat bij afrekening na ontbinding van het huwelijk op grond van redelijkheid en billijkheid kan worden afgeweken van de huwelijkse voorwaarden, mede gelet op het gedrag van partijen tijdens het huwelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling.