ECLI:NL:HR:2004:AO7417

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C03/286HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele vordering tot betaling

WLTO Makelaardij B.V. vorderde bij de rechtbank Haarlem betaling van een bedrag van ƒ 26.886,40 van de verweerder. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van € 10.609,18 met wettelijke rente. Verweerder stelde beroep in bij het hof Amsterdam, dat het vonnis vernietigde en de vordering van WLTO afwees. WLTO stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De verweerder was niet verschenen in cassatie, en verstek werd tegen hem verleend. De advocaat van WLTO lichtte de zaak toe. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van WLTO en veroordeelt haar in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van verweerder nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren Fleers, Numann, Bakels en uitgesproken door Hammerstein op 9 juli 2004.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de vordering door het hof.

Uitspraak

9 juli 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/286HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
WLTO MAKELAARDIJ B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: WLTO - heeft bij exploot van 5 november 1998 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Haarlem en - voor zover in cassatie van belang - gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen aan WLTO te betalen een bedrag van ƒ 26.886,40, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 6 februari 2001 WLTO tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoor heeft de rechtbank bij eindvonnis van 19 februari 2002 [verweerder] veroordeeld tot betaling aan WLTO van een bedrag van € 10.609,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 1996 tot aan de dag der algehele voldoening, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. WLTO heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 18 september 2003 heeft het hof in het principaal beroep het eindvonnis van de rechtbank vernietigd, voor zover [verweerder] daarbij is veroordeeld tot betaling aan WLTO van een bedrag van € 10.609,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 1998, en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vordering van WLTO alsnog afgewezen. Het hof heeft het incidentele beroep verworpen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft WLTO beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.
WLTO heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt WLTO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 juli 2004.