ECLI:NL:HR:2004:AO7418
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling alimentatieverplichting na verbreking samenwoning zonder scheiding van tafel en bed
Partijen zijn in 1984 getrouwd en zijn in 1994 gescheiden gaan wonen zonder formele scheiding van tafel en bed. De man verzocht echtscheiding en de vrouw vorderde alimentatie. De rechtbank sprak echtscheiding uit en legde alimentatieverplichtingen op, welke door beide partijen werden bestreden in hoger beroep. Het hof stelde de alimentatie vast met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
De man stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof dat de periode van gescheiden wonen zonder formele scheiding van tafel en bed niet in mindering mocht worden gebracht op de termijn van twaalf jaar waarbinnen alimentatie moet worden betaald. De Hoge Raad oordeelde dat de alimentatieplicht volgens de wet (art. 1:157 lid 4 en Pro art. 1:182 BW Pro) aanvangt bij inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en dat een analoge toepassing van de regels voor scheiding van tafel en bed niet gerechtvaardigd is bij feitelijke verbreking van de samenwoning zonder formele scheiding.
De Hoge Raad benadrukte het belang van een eenvoudig vast te stellen aanvangsmoment van de termijn van twaalf jaar en verwierp het beroep van de man. De uitspraak bevestigt dat de alimentatieverplichting niet eerder begint dan bij de formele echtscheiding, ook al is de feitelijke situatie vergelijkbaar met een scheiding van tafel en bed.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de alimentatieplicht ingaat bij inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en dat de periode van feitelijk gescheiden wonen zonder formele scheiding niet in mindering wordt gebracht op de termijn van twaalf jaar.